Binnenhavengeld; ligplaats is deels gelegen op (ondergrond van) water in eigendom van de gemeente


X en de heffingsambtenaar hebben beiden het standpunt ingenomen dat voor gebruik van het havengebied doorslaggevend is of de toegewezen vaste ligplaats in het havengebied is gelegen. De feitelijke ligplaats van het woonschip die in de loop van de tijd een of meer keren is veranderd, is volgens hen niet relevant. Het hof sluit zich hierbij aan. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat het binnenhavengeld ook wordt geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met het gebruik van het havengebied. Het van gemeentewege aanwijzen door middel van een vergunning van een vaste ligplaats, is zo’n dienst. De gemeente Leiden heeft X door middel van een vergunning een vaste ligplaats in de Oude Rijn toegewezen. De ligplaats is deels gelegen op (ondergrond van) water in eigendom van de gemeente. De heffingsambtenaar heeft terecht aanslagen binnenhavengeld opgelegd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.