Conclusie A-G, misbruik van procesrecht

X is eigenaar van 2 auto’s waarmee hij structureel en opzettelijk op allerlei plekken deels op een betaald-parkeren-plaats en deels op de stoep parkeert. Hij doet dat omdat hij geen zin heeft om parkeerbelasting te betalen. In HR BNB 2022/771 oordeelde de Hoge Raad al in een dergelijke zaak. Wat er zij van de pleitbaarheid van het standpunt van X vóór het wijzen van dit arrest, ná het wijzen ervan is er geen spoor van twijfel meer mogelijk dat het ingenomen standpunt volstrekt kansloos is. Evidente kansloosheid van de eis is grond voor het oordeel dat misbruik van procesrecht wordt gemaakt. Hetzelfde geldt voor het gebruik van rechtsmiddelen evident voor andere doelen dan waarvoor zij gegeven zijn. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging de gemachtigde mee te delen dat als hij nog eens langs komt met een van zijn vele uitgelokte sjabloon-zaken waarvan de kansloosheid evident is, hij voor een aan te geven periode zal worden geweigerd als gemachtigde in cassatie. Verder geef de A-G de Hoge Raad in overweging om de heffings- en invorderingsambtenaren van de betrokken gemeenten uit te nodigen en te berichten welke kosten zij hebben moeten maken en de belanghebbende wegens diens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht van ambtswege op basis van art. 7:15 Awb te veroordelen tot vergoeding van die kosten. De A-G acht het cassatieberoep ongegrond.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.