Overschrijding redelijke termijn, bezwaar tegen meerdere besluiten op één aanslagbiljet aangemerkt als één bezwaar
Aan belanghebbende is een aanslag afvalstoffenheffing en rioolheffing opgelegd door de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor. Voor het hof was de hoogte van de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep, alsmede de hoogte van de proceskostenvergoeding in geschil.
Het hof oordeelde dat de redelijke termijn met elf maanden is overschreden. De vergoeding is terecht berekend op twee maal € 500, dus € 1.000 per zaak. Het hof ging niet mee in het standpunt van belanghebbende dat de vergoeding € 300 per maand dient te bedragen. Nu de aanslagen afvalstoffenheffing en rioolheffing op één aanslagbiljet zijn vermeld en in één geschrift uitspraak op bezwaar is gedaan, is sprake van één bezwaar en één beroep voor toepassing van de regels inzake de proceskostenvergoedingen (nieuwsservice week 48, 2018).
De Hoge Raad verklaart het beroep niet ontvankelijk met toepassing van art. 80a Wet RO.
DATUM:
14 juni 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:951
ZAAKNUMMER:
19/00032
INSTANTIE:
Hoge Raad
