Matiging immateriële schadevergoeding tot € 50 per half jaar

De rechtbank ziet aanleiding om af te wijken van het vaste bedrag van € 500. De bestuursrechter moet binnen de ruimte van de rechtspraak van het EHRM differentiëren bij de toekenning van een schadevergoeding vanwege het overschrijden van de redelijke termijn. De huidige forfaitaire vergoeding van € 500 acht de rechtbank te grofmazig. Dit doet geen recht aan de grote verscheidenheid van zaken en aan de daarmee samenhangende diversiteit van belangen die voor betrokkenen met die zaken gepaard gaan. In deze zaak speelt alleen een financieel belang. Het gaat om een eenmalige belastingaanslag voor één kalenderjaar en een waardebepaling die slechts op een tijdvak van één jaar ziet. De ondervonden spanning en frustratie is daarmee wezenlijk minder dan bij bestuursrechtelijke procedures waar andere belangen op het spel staan, zoals bij een verblijfsvergunning of een (terugvordering van een) uitkering. Bovendien is het financiële belang in deze zaak slechts gering, maar ook weer niet dermate gering dat zou kunnen worden volstaan met het enkel vaststellen dat de redelijke termijn geschonden is. Gelet op de aard en omvang van de procedure en de daarbij te verwachten spanning en frustratie bij X, stelt de rechtbank de vergoeding op € 50 per half jaar. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.