Termijn van één week onredelijk kort
De Inspecteur heeft een door belanghebbende gemaakt bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard. Op de voet van artikel 6:15 van de Awb heeft de Inspecteur een brief zonder dagtekening van belanghebbende aangemerkt als een tegen die uitspraak gericht beroepschrift en deze brief doorgezonden aan de Rechtbank Haarlem. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 30 augustus 2007 in de gelegenheid gesteld om binnen één week gronden aan te voeren die betrekking hebben op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. In een bij de rechtbank op 16 september 2007 binnengekomen brief heeft belanghebbende zijn beroepschrift met dergelijke gronden aangevuld. De rechtbank heeft bij uitspraak van 2 oktober 2007 het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft daartegen verzet. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard en daartoe geoordeeld dat belanghebbende niet binnen de daartoe gestelde termijn gronden heeft aangevoerd die zien op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
De Hoge Raad overweegt dat de rechtbank, die geen aanleiding heeft gevonden het beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk te verklaren, er kennelijk en terecht van uitgegaan is dat het beroepschrift reeds een motivering bevatte, hoewel het niet inging op de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Awb stelt namelijk geen eisen aan de gefundeerdheid van de motivering van het beroep (vgl. HR 17 maart 2006, nr. 39 997, LJN AU7375, BNB 2006/248). De rechtbank heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn beroep nader te motiveren op het punt van de ontvankelijkheid van het bezwaar.
In een dergelijk geval is de rechtbank bevoegd een redelijke termijn te stellen. De Hoge Raad oordeelt dat de termijn van één week die de rechtbank heeft gesteld, in een geval als het onderhavige onredelijk kort is. Reeds hierom moet worden geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte geen acht heeft geslagen op belanghebbendes brief van 16 september 2007. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond.
DATUM:
22 januari 2010
ECLI:
ECLI:NL:HR:2010:BJ9648
ZAAKNUMMER:
08/00206
INSTANTIE:
Hoge Raad
