Watersysteemheffing; bezwaar kennelijk ongegrond omdat slechts algemene stelling is aangevoerd
X vindt dat de heffingsambtenaar van BsOB hem ten onrechte niet heeft gehoord over zijn bezwaren tegen de watersysteemheffing gebouwd. Met betrekking tot de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting is hij wel gehoord, maar heeft de heffingsambtenaar er niet op gewezen dat en waar de op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage lagen. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht van het horen heeft afgezien omdat de bezwaren kennelijk ongegrond waren. X heeft slechts aangevoerd dat de geraamde totale opbrengst uit de heffing de geraamde lasten ter zake van het beheer van het watersysteem overstijgt. Hiermee is niet (gemotiveerd) in twijfel getrokken dat één of meer posten in de raming kunnen worden aangemerkt als een “last ter zake”. Verder heeft de heffingsambtenaar niet vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage hebben gelegen, maar X is hierdoor niet benadeeld. Van een professionele gemachtigde mag worden verwacht dat hij bekend is met het gegeven dat de op de zaak betrekking hebbende stukken een week voorafgaand aan het hoorgesprek ter inzage liggen op het kantoor van de heffingsambtenaar.
Terug naar kennisbankDATUM:
17 maart 2023
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2023:1131
ZAAKNUMMER:
21/3023, 22/34 en 22/921
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
