Rioolheffing; partiële onverbindendheid van de verordening

In de begroting van de gemeente Vlissingen is een toerekening van externe rentelasten aan diverse taakvelden opgenomen. Bij die toerekening is op de rentelasten van het ‘project’ grondexploitatie Scheldekwartier een bedrag van € 818.000 als ‘correctie bijdrage artikel 12’ in mindering gebracht, waardoor de rentelasten voor andere grondexploitaties en taakvelden (waaronder de riolering) hoger uitkomen. Deze correctie heeft plaatsgevonden op advies van de inspecteur van het gemeentefonds in het kader van de aanvraag voor een aanvullende uitkering uit dat fonds. Pas achteraf is gebleken dat die vermindering ten onrechte was en in strijd met de regels van het BBV. Hierdoor is afgeweken van de in het BBV gegeven comptabiliteitsvoorschriften en dit heeft geleid tot een limietoverschrijding. Naar het oordeel van de rechtbank kan die overschrijding niet leiden tot algehele onverbindendheid van de verordening, omdat niet op voorhand duidelijk was dat sprake zou zijn van een limietoverschrijding. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de gemeente mocht menen dat zij zich diende te houden aan het advies of de aanwijzing van de artikel-12-inspecteur. De limietoverschrijding leidt wel tot partiële onverbindendheid van de verordening en daarmee tot vermindering van de aan X opgelegde aanslag rioolheffing 2020.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.