X is niet de feitelijk bestuurder van de taxi’s

De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft 14 naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd aan een B.V. als kentekenhouder van taxi’s. X stelt in cassatie dat hij de feitelijke bestuurder was. X heeft niets aangevoerd of overgelegd waaruit volgt dat hij degene was die de auto’s feitelijk heeft neergezet ondersteunt. Het hof heeft in aanmerking genomen dat het onaannemelijk is dat X na telkens te zijn gewisseld van auto 6 verschillende taxi’s op tenminste 5 verschillende parkeerlocaties heeft neergezet. Ook heeft het hof belang gehecht aan de processuele houding van X waar deze niet is verschenen ter zitting om uitleg te geven over de feitelijke gang van zaken. De A-G overweegt dat X alleen het recht van bezwaar kan hebben als wordt vastgesteld dat hij de feitelijke bestuurder was. Zo niet, dan dient zijn bezwaar niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het is dan ook terecht dat het hof ambtshalve heeft onderzocht of X is aan te merken als de feitelijke bestuurder (nieuwsservice 2021, week 49). De A-G adviseerde de Hoge Raad wel om het cassatieberoep gegrond te verklaren wegens fouten in het dictum. Het hof had het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep echter ongegrond met toepassing van art. 81 RO.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.