BTW-compensatiefonds; bij uitgifte van grafrechten is sprake van een economische activiteit
Tussen partijen is na verwijzing in geschil of en in hoeverre X (één van) de begraafplaatsen mede gebruikt voor niet-economische activiteiten (nieuwsservice 2020, week 26). In deze zaak staat vast dat de gemeente vergoedingen ontvangt voor de uitgifte van de grafrechten c.q. de exploitatie van de begraafplaatsen. Deze vergoeding is niet afhankelijk van het inkomen van de afnemer of van andere (subjectieve) factoren. De gemeente voert aan dat sprake is van een niet-economische activiteit nu het dekkingspercentage afgerond slechts 63% bedraagt, zodat van een ‘rechtstreeks verband’, zoals vereist voor een economische activiteit, geen sprake is. Het hof verwerpt dit betoog, omdat in de jurisprudentie waaraan de gemeente refereert de vergoedingen, inkomensafhankelijk waren en voor een veel kleiner deel (7,7 en 3%) kostendekkend waren. Er is sprake van een direct verband tussen de prestatie en de vergoeding. De enkele omstandigheid dat de vergoeding niet kostendekkend is, doet daar niet aan af. De uitgifte van de grafrechten moet daarom worden aangemerkt als een economische activiteit. De daarmee samenhangende voorbelasting komt niet in aanmerking voor compensatie als bedoeld in de Wet Bcf.
Terug naar kennisbankDATUM:
29 april 2021
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2021:1329
ZAAKNUMMER:
04/29/202120/00378
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
