Uit ATO’s volgt dat het hebben van leidingen dient te worden gedoogd
Tussen belanghebbende en de gemeente zijn Aansluit- en transportovereenkomsten afnemer (ATO’s) grootverbruik met daarbij behorende algemene voorwaarden gesloten. Blijkens de algemene voorwaarden behorend bij de ATO’s grootverbruik dient de afnemer een veelheid aan activiteiten toe te staan ten aanzien van de onder, op of boven de gemeentegrond aangebrachte leidingen, waaronder begrepen aanleg, totstandbrenging en instandhouding, onderhoud, uitbreiding, wijziging of wegneming. De heffingsambtenaar betoogt dat de gedoogplicht zich niet uitstrekt tot het louter hebben van de leidingen in de grond, omdat dit “hebben” niet als zodanig in de algemene voorwaarden wordt genoemd.
Het hof (nieuwsservice 2017 week 41) is van oordeel dat, hoewel het louter “hebben” van de leidingen in de grond niet expliciet in de algemene voorwaarden behorend bij de ATO’s grootverbruik is genoemd, de verplichting om de in deze voorwaarden vermelde werkzaamheden toe te staan, niet anders kan worden begrepen dan dat ook het “hebben” van de leidingen dient te worden toegestaan. Het hof legt de ATO’s grootverbruik en de daarbij behorende algemene voorwaarden zo uit dat ook het hebben van de leidingen in de grond dient te worden gedoogd. Dat in de ATO’s kleinverbruik en de daarbij behorende algemene voorwaarden het hebben van leidingen in de grond wel wordt genoemd, maakt de uitleg van de ATO’s grootverbruik en de algemene voorwaarden niet anders.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
DATUM:
15 juni 2018
ECLI:
ECLI:NL:HR:2018:926
ZAAKNUMMER:
17/05145
INSTANTIE:
Hoge Raad
