Apart staande watersilo’s vallen niet onder werktuigenvrijstelling

Belanghebbende is eigenaar van een boomkwekerij, waarvan een tunnel-/foliekas en twee watersilo’s deel uitmaken. Belanghebbende voert aan dat de watersilo’s onder de werktuigenvrijstelling vallen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de watersilo’s bij de WOZ-waardering buiten aanmerking te laten. Op grond van art. 2 lid 1 sub e van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken wordt de waarde van werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht, slechts buiten aanmerking gelaten als die werktuigen niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. Daarvoor is bepalend of dat onderdeel, los beschouwd van de functie binnen het productieproces, in bouwkundig opzicht zelfstandigheid binnen de onroerende zaak bezit (vgl. Hoge Raad 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR7057). In dit geval is niet aannemelijk dat de watersilo’s (bouwkundig) zodanig verbonden zijn met de tunnel-/foliekas, dat de vereiste zelfstandigheid ontbreekt. De watersilo’s staan apart van de kas. De rechtbank volgt belanghebbende niet in zijn standpunt dat het ontbreken van een zelfstandige functie van de watersilo’s beslissend zou moeten zijn, nog daargelaten of daarvan sprake is.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.