Leges; gemeente heeft geen rekening kunnen houden met realisatiecijfers voorgaande jaar
Uit de toelichting op de systematiek van ramingen van de gemeente Den Haag blijkt dat op het moment dat de basisraming 2017 (mei 2016) gemaakt moet worden, de realisatiecijfers over 2016 nog niet beschikbaar zijn. De heffingsambtenaar heeft dus geen rekening kunnen houden met het in 2016 uiteindelijk gerealiseerde bedrag. Op grond van de realisatiecijfers 2015 kan niet worden gezegd dat de heffingsambtenaar de opbrengsten bouwleges voor 2017 niet in redelijkheid op € 17,5 miljoen heeft kunnen begroten. De meeropbrengst van de in 2017 gerealiseerde leges ten opzichte van de geraamde baten in de basisbegroting bedraagt € 14,2 miljoen. De heffingsambtenaar heeft verklaard dat dit bedrag als voorziening bouwleges voor 2018 is opgenomen, omdat de gemeente werkt met een zogenoemd ‘gesloten circuit’. De voorziening is niet opgenomen in de begroting van 2017 omdat de meeropbrengst op dat moment nog niet bekend was. Wel is de begroting half 2017 op dat punt aangepast en zijn de baten op € 31,7 miljoen gesteld. De voorziening komt wel terug in de programmarekening 2018 en voor het jaar 2018 zijn er aanpassingen in de vorm van tariefverlaging en verlaging van het maximumtarief doorgevoerd. De heffingsambtenaar heeft verder verklaard dat de gerealiseerde meeropbrengst is veroorzaakt doordat er in 2017 onverwacht meer grote bouwaanvragen zijn ingediend dan voorzien. De rechtbank ziet geen aanleiding deze verklaringen in twijfel te trekken.
DATUM:
29 augustus 2019
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
SGR 18/7568
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
