Leges; overschrijding opbrengstlimiet en vergoeding immateriële schade
De heffingsambtenaar van de gemeente Zaltbommel heeft aan belanghebbende leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Belanghebbende stelt dat de opbrengstlimiet is geschonden.
De rechtbank stelt allereerst vast dat bij de beoordeling van een geschil inzake een mogelijke overschrijding van de opbrengstlimiet een aantal regels inzake stelplicht en bewijslast in acht genomen dienen te worden. Zij verwijst daartoe naar de arresten van de Hoge Raad van 24 april 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI1968) en 4 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:777). Belanghebbende heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd gesteld dat voor de berekening van de uurtarieven die worden gebruikt voor de raming van de lasten redelijke twijfel bestaat of ter zake van de daarin opgenomen kostenposten sprake is van een “last ter zake”. Naar het oordeel van de rechtbank is de heffingsambtenaar er niet in geslaagd nadere inlichtingen te verschaffen, zodanig dat de rechtbank kan beoordelen of hiervan sprake is. Ter zitting is ten aanzien van de kosten ter bepaling van de integrale uurtarieven vast komen te staan dat dit de totale organisatiekosten zijn die vervolgens door middel van onder meer een opslag in de uurtarieven worden verdisconteerd. Het is niet mogelijk bepaalde (gedeelten van) kostenposten te elimineren om vervolgens te toetsen aan de opbrengstlimiet. Aangezien de uurtarieven ten grondslag liggen aan de geraamde lasten, kan de rechtbank niet anders dan bepalen dat de verordening in haar geheel onverbindend is. Het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen op een vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500.
DATUM:
29 mei 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBGEL:2018:2386
ZAAKNUMMER:
AWB 16/7438
INSTANTIE:
Rechtbank Gelderland
