Leges; beroepsgrond opbrengstlimiet wegens strijd met goede procesorde buiten beschouwing
Belanghebbende heeft in 2016 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning. De heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad heeft voor het in behandeling nemen van deze aanvraag, overeenkomstig de bij de Legesverordening behorende tarieventabel, leges geheven. Belanghebbende heeft ter zitting aangevoerd dat de Legesverordening onverbindend moet worden verklaard wegens strijd met de “opbrengstlimiet” zoals bepaald in artikel 229b Gemeentewet.
De rechtbank stelt vast dat eiseres pas voor het eerst ter zitting deze beroepsgrond naar voren heeft gebracht. Weliswaar wordt in het aanvullend beroepschrift genoemd dat het uitgangspunt van de wetgever ten aanzien van gemeentelijke legesheffing is dat gemeenten daarbij geen winst mogen maken, maar deze opmerking behelst volgens de rechtbank slechts een algemene constatering over dit uitgangspunt van de wetgever. Daarmee wordt op geen enkele wijze gemotiveerd gesteld of aannemelijk gemaakt, dat de gemeente de opbrengstlimiet zou hebben geschonden. Het had op de weg van belanghebbende gelegen in de vóór de zitting ingediende stukken duidelijk te stellen dat zij hierop een beroep deed. De heffingsambtenaar heeft het aanvullend beroepschrift ook niet zo begrepen. Belanghebbende had na ontvangst van het verweerschrift nog alle gelegenheid om haar beroepsgronden op dit punt aan te vullen. Nu zij dit heeft nagelaten en hier pas voor het eerst op zitting een beroep op heeft gedaan, laat de rechtbank deze nieuwe beroepsgrond wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing.
De wijze waarop de gemeente de leges heeft geheven kan bovendien niet worden aangemerkt als onredelijk of willekeurig. Met de in de tarieventabel opgenomen genormeerde bouwkosten per m² of m³ voor verschillende soorten bouwwerken was voor belanghebbende ten tijde van de aanvraag kenbaar met welk legesbedrag rekening gehouden moest worden. Deze normbedragen zijn zonder onderscheid van toepassing op alle belastingplichtigen. Voorts geldt een degressief tarief, waarbij de normbouwkosten per eenheid afnemen naarmate het bouwwerk in omvang toeneemt, wat in het voordeel is van eiseres. Het beroep is ongegrond.
DATUM:
17 april 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2018:1805
ZAAKNUMMER:
SHE 17/1402
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
