Rioolheffing; dotatie aan egalisatiereserve geen last ter zake

De heffingsambtenaar van de gemeente Westerveld heeft belanghebbende (een woningcorporatie) voor het jaar 2014 aanslagen in de rioolheffing opgelegd. In hoger beroep is wat betreft de beoordeling van de opbrengstlimiet uitsluitend de vraag aan de orde of de dotatie van € 821.441 aan de egalisatiereserve riolering kan worden beschouwd als een 'last ter zake'. Volgens belanghebbende is de dotatie aan een (bestemmings)reserve in strijd met het BBV en daarom geen last ter zake. De heffingsambtenaar stelt primair dat de egalisatiereserve riolering materieel gezien moet worden aangemerkt als een voorziening. Ter zitting is vast komen te staan dat de egalisatiereserve vanaf de vorming in 2000 een bestemmingsreserve was, vervolgens in 2004 is omgezet in een voorziening en in 2008 weer is omgezet in een bestemmingsreserve, die ook in 2014 nog bestaat. Hiermee is volgens het hof sprake van een bewuste wijziging door de gemeenteraad van het karakter van de egalisatiereserve. De primaire stelling van de heffingsambtenaar kan niet worden gevolgd. Dat het saldo van de egalisatiereserve feitelijk nooit is aangewend voor een ander doel dan rioolheffing, de reserve per 1 januari 2015 weer is omgezet in een voorziening en de gemeente bij de omzetting in 2008 over een onjuist inzicht beschikte in de toen geldende wettelijke regeling en comptabiliteitsvoorschriften, doet hieraan niet af.
Ook de subsidiaire stelling van de heffingsambtenaar dat een dotatie aan een (bestemmings)reserve, mits deze verband houdt met toekomstige vervangingsinvesteringen, als zodanig moet worden gekwalificeerd, verwerpt het hof. Artikel 229b Gemeentewet is volgens het hof, gelet op de duidelijke bewoordingen van deze bepaling, niet (rechtstreeks) van toepassing op de heffing van rioolheffing en geldt voor de raming van kosten en baten ter zake van de rioolheffing als uitgangspunt dat deze niet in strijd mag komen met het BBV. Een dotatie aan een bestemmingsreserve kan op grond van het BBV geen last ter zake vormen. Hierdoor overtreffen de geraamde baten de geraamde lasten in betekende mate (>10%) en is de verordening ten aanzien van belanghebbende in haar geheel onverbindend.

 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.