Afvalstoffenheffing; in rekening gebrachte omzetbelasting voor afvalinzameling is een last ter zake
Aan belanghebbende is een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd voor een perceel in de gemeente Medemblik waarvoor op grond de Wet milieubeheer (Wm) een verplichting geldt tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Het geschil of sprake is van overschrijding van de opbrengstlimiet is tijdens de zitting in hoger beroep toegespitst op de vraag of artikel 15.33, derde lid Wm buiten toepassing moet worden verklaard vanwege strijdigheid met het karakter van de afvalstoffenheffing als bestemmingsheffing.
Het hof oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het door belanghebbende naar voren gebrachte argument (strijdigheid met het beginsel van de bestemmingsheffing) uitdrukkelijk onder de aandacht van de wetgever is gebracht en dat deze een andere afweging heeft gemaakt. Het is de gemeente daarom zowel op grond van de tekst als de strekking van het voorschrift van art. 15:33 lid 3 Wm toegestaan om de in verband met de inzameling van afvalstoffen aan de gemeente in rekening gebrachte omzetbelasting tot de geraamde lasten ter zake te rekenen. In dat geval is niet in geschil dat de opbrengstlimiet niet is overschreden en hoeft de verordening niet onverbindend te worden verklaard. Het hoger beroep is ongegrond.
DATUM:
05 december 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2017:5519
ZAAKNUMMER:
16/00103
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
