Afvalstoffenheffing; het past niet om de aan minima kwijtgescholden bedragen als uitgaven te boeken
Belanghebbende stelt dat de opbrengstlimiet vereist dat tarieven voldoende specifiek zijn, dekkend per vervuiler. Dat is, aldus belanghebbende, in de gemeente Bergen op Zoom niet het geval, omdat de minima, stichtingen en instellingen niet meebetalen.
Het hof overweegt dat de mogelijkheid van kwijtschelding voor minima niet betekent dat de afvalstoffenheffing een verboden heffingsmaatstaf naar draagkracht kent. Evenmin kan gezegd worden dat de gemeente door kwijtschelding aan minima te verlenen, handelt in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Belanghebbende is immers feitelijk niet gelijk aan een belastingplichtige die tot de minima behoort. De heffingsambtenaar geeft aan dat bij de berekening van het tarief is uitgegaan van alle vervuilers, maar dat voor de minima een afzonderlijk kwijtscheldingsbeleid bestaat. Deze aanpak kan, op zichzelf genomen, niet leiden tot een heffing in strijd met de opbrengstlimiet. Door kwijtschelding worden de opbrengsten immers verminderd, zonder dat dat een invloed heeft op de uitgaven. Anders uitgedrukt: de gemeente maakt door de kwijtschelding geen winst, maar gaat er juist op achteruit. Het feit dat de door de kwijtschelding gemiste opbrengsten op andere wijze (door andere burgers) betaald zullen moeten worden, verandert daar niets aan. Belanghebbende heeft tegen het kwijtscheldingsbeleid inhoudelijk geen bezwaren aangevoerd, maar stelt dat kwijtscheldingen op onjuiste wijze in de boekhouding worden verwerkt. De post “minimabeleid” zou, aldus belanghebbende, moeten worden voldaan uit de algemene middelen. Bij het toetsen of aan de opbrengstlimiet is voldaan, gaat het erom aan de ene zijde vast te stellen wat de kosten zijn, en aan de andere kant vast te stellen wat de opbrengsten zijn. Bij deze vergelijking past het niet om gederfde opbrengsten (de aan minima kwijtgescholden bedragen) als uitgaven te boeken. Het hof zal deze kostenpost dan ook elimineren. Omdat deze kostenpost in essentie een correctie vormt op de opbrengsten, zal het hof de opbrengsten met een gelijk bedrag verlagen. Op grond van deze cijfers blijft de gemeente binnen de opbrengstlimiet. Voor wat betreft stichtingen, verenigingen, clubs en overige instellingen, stelt de heffingsambtenaar dat die vallen onder het regime dat geldt voor bedrijfsafval. Zij betalen dus wel degelijk voor hun vervuiling, maar hun bijdrage wordt op andere wijze bepaald. Het hof acht dit aannemelijk. Deze heffing heeft geen invloed op de opbrengstlimiet. De verschillende behandeling van aanbieders van huishoudelijk afval en van bedrijfsafval is evenmin in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu geen sprake is van gelijke gevallen.
DATUM:
05 november 2015
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2015:4458
ZAAKNUMMER:
14/00304 en 14/00344
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
