Rioolheffing; dotatie aan egalisatiereserve geen last ter zake
De heffingsambtenaar van de gemeente Westerveld heeft belanghebbende (een woningcorporatie) voor het jaar 2014 aanslagen in de rioolheffing opgelegd. In geschil is of een dotatie van € 821.441 aan de egalisatiereserve riolering tot de geraamde lasten kan worden gerekend.
Het hof oordeelde dat geen sprake is van een ‘last ter zake’, en daartoe overwogen dat de gemeente in 2004 de tot dat jaar bestaande egalisatiereserve heeft omgezet in een voorziening, en die voorziening in 2008 weer heeft omgezet in een egalisatiereserve om de vrijheid te houden het geld uit te geven aan een ander doel dan de riolering. De egalisatiereserve kan daarom niet materieel gelijk worden gesteld met een voorziening en de dotatie aan die reserve kan niet tot de lasten worden gerekend, ook al is sprake van een bestemmingsreserve, aldus het hof. De Hoge Raad overweegt dat bij de beoordeling of een post moet worden aangemerkt als een reserve of een voorziening, de benaming niet doorslaggevend is. Het hof heeft zijn oordeel dat in dit geval de onder de naam egalisatiereserve vermelde post niet kan worden aangemerkt als een voorziening, doen steunen op de omstandigheid dat de gemeenteraad in 2008 de toen bestaande voorziening als egalisatiereserve is gaan aanmerken met het oogmerk vrijelijk over de gereserveerde gelden te kunnen beschikken. Hierin ligt besloten dat deze omstandigheid naar het inzicht van het hof zwaarder weegt dan de omstandigheid dat de reserve daarna is geoormerkt en aangewend voor de riolering. Deze waardering van de feiten door het hof is niet onbegrijpelijk en niet ontoereikend gemotiveerd.
DATUM:
15 maart 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:349
ZAAKNUMMER:
18 1955
INSTANTIE:
Hoge Raad
