Leges; verordening Brummen onverbindend

Belanghebbende heeft verzocht om het bestemmingsplan te wijzigen in verband met de bouw van een villa op zijn perceel. De heffingsambtenaar van de gemeente Brummen heeft hiervoor € 40.477,07 aan leges in rekening gebracht. Bij uitspraak op bezwaar is de legesnota met € 5.000 verminderd. Belanghebbende stelt dat de opbrengstlimiet is overschreden.
De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar ten aanzien van de lasten onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze de begroting van de diverse posten tot stand is gekomen. Met name de uitsplitsing van kosten met een gemengd karakter is niet inzichtelijk gemaakt. Ter zake van overheadkosten heeft de heffingsambtenaar gekozen voor het hanteren van percentages, die slechts ten dele zijn toegelicht. Met betrekking tot de posten waarvan belanghebbende heeft betwist dat het om “lasten ter zake” gaat, zoals het salaris van de afdelingsmanager, procesondersteuning, posten interne uren team ROV, posten informatieverstrekking frontoffice, interne uren handhaving, kosten van auto’s, vakliteratuur, lidmaatschappen en luchtfoto’s, rust op de heffingsambtenaar de verplichting nadere toelichting te verschaffen om de twijfel of sprake is van zodanige lasten naar vermogen weg te nemen. Ook heeft belanghebbende aangevoerd dat ter zake van een aantal posten sprake is van dubbeltellingen, nu het uurtarief dat voor de ambtenaren is gerekend hoger is dan hun salaris, zodat al overheadkosten in de begroting zijn opgenomen. Ook op dat punt rust op de heffingsambtenaar de last om de twijfel naar vermogen weg te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is de heffingsambtenaar hierin niet geslaagd. De toelichting van de heffingsambtenaar is op al deze punten onvoldoende, nu de heffingsambtenaar ter zake van de toerekening blijkens de toelichting ter zitting heeft aangesloten bij algemene uitgangspunten van het Erasmus Studiecentrum Belastingen Lokale Overheden en niet is uitgegaan van de werkelijke verdeling van kosten en toetsing daarvan aan de gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften (vgl. HR 29 juni 2012, nr. 11/02632, ECLI: NL:HR:2012:BW9879). De twijfel of sprake is van “lasten ter zake” is daarmee niet weggenomen. Gelet op de door de heffingsambtenaar verstrekte informatie en de omvang van de ter discussie staande posten heeft de heffingsambtenaar naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat geen sprake is van overschrijding van de opbrengstlimiet. Gelet op het ontbreken van voldoende (toegespitste) informatie van de heffingsambtenaar kan niet worden vastgesteld welke posten wel, en welke niet kunnen worden meegenomen (en tot welk bedrag) bij de beantwoording van de vraag of sprake is van overschrijding van de opbrengstlimiet. Om die reden wordt de gehele Legesverordening onverbindend verklaard (HR 13 april 2012, ECLI: NL:HR:2012:BW1928).
De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.