Leges; onjuiste raming van de opbrengsten leidt tot onverbindendheid

De heffingsambtenaar van de gemeente Delft heeft aan belanghebbende een aanslag bouwleges 2008 opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat ongegrond is verklaard.
In geschil is of de dotatie aan de bestemmingsreserve tot de kosten van de dienstverlening gerekend mag worden en of de raming van de opbrengsten juist is geschied.
Partijen zijn het erover eens dat met de "Dotatie aan bestemmingsreserve" wordt bedoeld een dotatie aan een egalisatiereserve om meer dan kostendekkende opbrengsten in jaren met grote bouwactiviteiten te kunnen aanwenden ter dekking van de kosten in latere jaren met minder bouwactiviteiten. De rechtbank oordeelt dat een dergelijke egalisatiereserve in strijd is met het bepaalde in artikel 229b van de Gemeentewet. De uitbreiding die in dit tweede lid aan het begrip 'lasten' wordt gegeven heeft slechts betrekking op een gelijkmatige verdeling van de kosten.
Belanghebbende heeft verder aangevoerd dat in de meerjarenbegroting 2008 - 2011 in verband met vergunningen te verlenen voor werkzaamheden in de zogenoemde Spoorzone aan baten een bedrag van € 2,7 miljoen is geraamd. Met deze baten zou de heffingsambtenaar ten onrechte geen rekening hebben gehouden. De heffingsambtenaar stelt hier tegenover dat al in 2007 is besloten de opbrengsten in verband met die werkzaamheden buiten de leges te houden en hierover privaatrechtelijk een overeenkomst te sluiten, waarin deze baten worden aangeduid als "compensatie bouwleges".
De rechtbank komt niet toe aan beantwoording van de vraag of een dergelijke vrijstelling, waarbij de betaling voor de geleverde diensten langs privaatrechtelijke weg is geregeld, in overeenstemming is met de wet. De rechtbank moet immers de aanslag toetsen aan de op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag geldende legesverordening. De rechtbank stelt vast dat op het moment van vaststellen van de verordening, bedoeld of onbedoeld, juist of niet juist geraamd, in 2008 een extra opbrengst van € 2,7 miljoen werd verwacht.
Het hiervoor genoemde bedrag moet als extra geraamde opbrengst worden aangemerkt. De totaal geraamde opbrengsten van de legesverordening komen dan op ruim € 9,6 miljoen. De totaal geraamde lasten dienen te worden verminderd met de als last gerekende dotatie aan de bestemmingsreserve en bedragen dus ruim € 6,5 miljoen. De voorziene opbrengsten overstijgen dan de kosten in zo grote mate dat de legesverordening onverbindend moet worden verklaard.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.