Leges; ten onrechte kosten wettelijke taken toegerekend, verordening onverbindend

De heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen heeft aan belanghebbende € 315.387,09 leges in rekening gebracht in verband met het aanvragen van een bouwvergunning. Bij uitspraak op bezwaar is de aanslag gehandhaafd.
In geschil is het antwoord op de vraag of de opbrengstlimiet is overschreden. Belanghebbende heeft aangevoerd dat ten onrechte bepaalde lasten als lasten ter zake in aanmerking zijn genomen. Het gaat hierbij om kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van taken in het algemeen belang.
De rechtbank overweegt, dat ten aanzien van de kostenramingen kosten in aanmerking zijn genomen die niet dienen ter dekking van in de legesverordening opgenomen diensten, maar voor de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van de burgerlijke stand en het GBA, alsmede kosten voor diensten die zijn vrijgesteld in de legesverordening. Deze kosten mogen niet worden gedekt uit de legesopbrengsten. Dit geldt ook voor de kosten (en baten) van naturalisaties. Hoewel de omvang van de lasten voor de wettelijke taken op het gebied van de burgerlijke stand en het GBA niet zijn komen vast te staan, acht de rechtbank aannemelijk dat deze niet onaanzienlijk zijn. Dit betekent dat de geraamde lasten ook in niet onaanzienlijke mate lager dienen te worden geraamd. Daar komt bij dat aannemelijk is geworden dat de geraamde baten voor bouwleges te laag zijn geraamd. In 2007 tot en met 2009 zijn de geraamde opbrengsten met gemiddeld € 1,9 miljoen per jaar overschreden. Zelfs indien een voorzichtigheidsmarge wordt gegund bij het ramen van de baten, is aannemelijk dat de raming voor de opbrengst van de bouwleges in dit geval voorzienbaar te laag is geschat. Het voorgaande brengt mee dat, ondanks de ruime marge van € 1,69 miljoen tussen de geraamde lasten en baten die uit het door verweerder overgelegde derde overzicht blijkt, niet aannemelijk is geworden dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Omdat niet kan worden vastgesteld in welke mate dit zo is, dient de legesverordening geheel onverbindend te worden verklaard.
Het beroep is gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.