Leges; kosten naturalisatie en milieubeheer ten onrechte toegerekend, opbrengstlimiet niet overschreden, wel overschrijding redelijke termijn

De heffingsambtenaar van de gemeente Leidschendam-Voorburg heeft het bezwaar tegen de aanslag bouwleges ongegrond verklaard. De Rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep ongegrond verklaard.
Het hof overweegt, dat de omstandigheid dat de baten- en lastenramingen niet behoorden tot het aan de gemeenteraad voorgelegde pakket op het moment dat de raad de legesverordening vaststelde maar in de rechterlijke procedure zijn overgelegd, is niet bepalend voor de vraag of de opbrengstlimiet is overschreden.
Het hof stelt dat de kosten voor naturalisatie en milieubeheer geen deel mogen uitmaken van de kostenramingen bij de toetsing aan de opbrengstlimiet, aangezien de diensten die daarvoor worden verricht niet zijn onderworpen aan legesheffing. Dit laat de kostenraming volgens de begroting niet dalen beneden de opbrengstraming en is de opbrengstlimiet niet overschreden. Belanghebbende stelt dat de gemeente te veel uren aan het verlenen van een bouwvergunning heeft toegerekend, namelijk 42 uren, welke stelling is gebaseerd op een onderzoek waaruit een landelijk gemiddelde van 14,36 uren zou volgen. Volgens het hof voert het te ver om een dergelijk aantal uren tot algemene norm te verheffen en zonder meer aannemelijk te achten dat een aantal van 42 uren daaraan nooit zou kunnen zijn besteed.
Belanghebbende maakt aanspraak op vergoeding van de immateriële schade, die hij heeft geleden vanwege de duur van de behandeling van het geschil. Sinds de ontvangst door de heffingsambtenaar van het eerste bezwaarschrift en de uitspraak van de rechtbank is ruim vier jaar en drie maanden verlopen. De redelijke termijn is overschreden met in totaal een jaar en twee maanden, afgerond drie maal een half jaar. Als uitgangspunt voor de hoogte van de schadevergoeding hanteert de Hoge Raad een tarief van € 500 per halfjaar dat de redelijke termijn is overschreden. Het hof veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van een schadevergoeding van drie maal € 500.
Het hof verklaart het beroep gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.