Leges; kostendekkendheid van 190 percent leidt tot algehele onverbindendverklaring
Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend voor een bouwvergunning voor 120 woningen en een focussteunpunt. De heffingsambtenaar van de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft € 364.933 aan leges geheven en het bezwaar hiertegen afgewezen. De Rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep gegrond verklaard.
Naar het oordeel van het hof heeft belanghebbende aannemelijk gemaakt dat de door de heffingsambtenaar gepresenteerde raming van de baten substantieel te laag is, doordat daarin niet is opgenomen het in de programmabegroting vermelde bedrag aan incidentele baten van € 3.499.548. De heffingsambtenaar voert aan dat dit bedrag niet ziet op legesheffing, maar op de opbrengst van verkoop van snippergrond en grondexploitatie. De heffingsambtenaar heeft daarvoor echter geen enkel bewijs aangedragen, zodat het hof daaraan voorbij gaat. Aannemelijk is dat het bedrag betrekking heeft op de stijging van bouwleges ten gevolge van extra woningbouwvolume. Een aanwijzing dat deze incidentele baten betrekking hebben op legesheffing vindt het hof ook in de omstandigheid dat in de programmabegroting voor het betreffende jaar een incidentele bate aangeduid als “leges bouwvergunningen (nieuwbouw)” is vermeld van € 2.897.000. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat de omvang van het bedrag niet in overeenstemming is met het bouwvolume van de gemeente. Belanghebbende heeft dit gemotiveerd weersproken, en heeft daarbij verwezen naar een stuk bij het beroepschrift in eerste aanleg, waaruit blijkt dat de uiteindelijk gerealiseerde baten circa € 5 miljoen bedroegen. Derhalve dient de incidentele opbrengst van € 3.499.548 naar het oordeel van het hof te worden betrokken in de toetsing van de geraamde baten aan de opbrengstlimiet. Deze extra opbrengst brengt de kostendekkendheid van alle in de legesverordening geregelde rechten tezamen op ongeveer 190 percent. Gelet hierop is sprake van een vooraf kenbare overschrijding van de opbrengstlimiet van een zodanige omvang dat zij dient te leiden tot algehele onverbindendverklaring van de legesverordening (vgl. HR 10 april 2009, nr. 43 747, LJN BC3691, BNB 2009/194).
Het hof verklaart het hoger beroep van de heffingsambtenaar ongegrond.
DATUM:
23 augustus 2011
ECLI:
ECLI:NL:GHSGR:2011:BT6258
ZAAKNUMMER:
BK-10/00442
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
