Rioolheffing; bij een begroting kan niet de eis worden gesteld dat de omzetbelasting al in rekening is gebracht
De heffingsambtenaar van de gemeente Leeuwarden heeft aan belanghebbende een aanslag rioolheffing 2008 opgelegd ter zake van de aansluiting op de gemeentelijke riolering. De heffingsambtenaar heeft na bezwaar de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de Rechtbank Leeuwarden, die het beroep ongegrond heeft verklaard. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld. Het hof is van oordeel dat het een gemeente in beginsel vrijstaat voor eigenaren en gebruikers verschillende heffingsmaatstaven te hanteren en binnen de categorie gebruikers onderscheid te maken tussen woningen en niet-woningen. Het hof heeft geen reden om aan te nemen dat de verschillende heffingsmaatstaven in de Verordening niet aanvaardbaar zijn. Voorts is het hof van oordeel dat volgens de jurisprudentie de WOZ-waarde voor het eigenarendeel van de rioolheffing een geoorloofde maatstaf vormt. Voorts stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de Verordening onverbindend is, omdat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde kosten.
De heffingsambtenaar heeft betoogd dat een bedrag van € 1.740.659 in de jaarrekening onder de noemer "Bijdrage uit algemene middelen" in dit verband niet kan worden beschouwd als bate. Het hof deelt deze visie. Hierdoor overtreffen de lasten de baten in de jaarrekening.
In de begroting is een kostenpost van € 983.300 vermeld in verband met compensabele BTW. Anders dan belanghebbende meent is het hof van oordeel dat het de gemeente vrijstaat uit te gaan van een in redelijkheid geraamd gemiddelde. Niet aannemelijk is geworden dat dit bedrag hieraan niet zou voldoen. Belanghebbende heeft nog aangevoerd dat het moet gaan om aan de gemeente in rekening gebrachte omzetbelasting. Het hof is van oordeel dat bij een begroting niet de eis kan worden gesteld dat de omzetbelasting die voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds in aanmerking komt op dat moment reeds in rekening is gebracht.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
09 juli 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHLEE:2010:BN0787
ZAAKNUMMER:
BK-119/09
INSTANTIE:
Gerechtshof Leeuwarden
