Rioolrecht; raad kan besluiten de verfijningsuitkering riolering niet op de geraamde lasten in mindering te brengen
Belanghebbende stelt dat het tarief in de Verordening van de gemeente Hof van Twente strijdig is met artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet, omdat de geraamde baten uitgaan boven de geraamde lasten, bestaande uit de lasten ter zake van de riolering verminderd met de verfijningsuitkering riolering. Bij de toetsing van de verordening is de Gemeentewet, aldus belanghebbende, van een hogere orde dan de Financiële-verhoudingswet.
Tegen de ongegrondverklaring van het beroep door de rechtbank heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld.
Het hof overweegt dat nu de raad heeft besloten de verfijningsuitkering riolering niet op de geraamde lasten van de riolering in mindering te brengen en niet is gebleken dat de raad dit niet in redelijkheid heeft kunnen beslissen, belanghebbendes grief dat artikel 229b van de Gemeentewet is geschonden, faalt. Evenmin is gebleken dat de raad bij het vaststellen van de verordening de algemene rechtsbeginselen heeft geschonden. Het niet in mindering brengen van de verfijningsuitkering riolering op de lasten heeft gevolgen voor alle belastingplichtigen die onder het bereik van deze verordening vallen en niet alleen voor belanghebbende of een bepaalde groep belastingplichtigen.
Voor zover belanghebbende stelt dat de Gemeentewet van een hogere orde is dan de Financiële-verhoudingswet, merkt het hof het volgende op. Beide wetten zijn wetten in formele zin die door de Staten-Generaal zijn vastgesteld. Voor de bepaling of uitkeringen zien op de lasten van de riolering als bedoeld in artikel 229b van de Gemeentewet maakt de Financiële-verhoudingswet onderscheid tussen algemene en specifieke uitkeringen uit het gemeentefonds.
Zonder deze bepalingen in de Financiële-verhoudingswet kan van een toerekening aan de lasten voor de riolering geen sprake zijn. Het laten prevaleren van de Gemeentewet kan belanghebbende derhalve niet baten.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
30 maart 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2010:BM1568
ZAAKNUMMER:
09/00020
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
