Reinigingsrecht; geen overschrijding opbrengstlimiet

Na verwijzing van de Hoge Raad is in geschil de vraag of de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam het tarief voor het reinigingsrecht bedrijfsvuil zodanig heeft vastgesteld, dat de geraamde baten van dat recht niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Hierbij is met name aan de orde of de kosten van straatreiniging en reinigingspolitie voor een te hoog bedrag aan het reinigingsrecht bedrijfsvuil zijn toegerekend.
Het hof overweegt dat de omstandigheid dat de stadsdeelraad relatief een groter deel van de kosten van straatreiniging en reinigingspolitie heeft toegerekend aan het inzamelen van bedrijfsafval in vergelijking met de toerekening aan het inzamelen van huishoudelijk afval, niet leidt tot (partiële) onverbindendheid van het tarief. Het bedrag van de toegerekende kosten is immers minder geweest dan overeenkomt met de werkelijke kosten volgens de raming en per heffing dient afzonderlijk te worden beoordeeld of de heffing in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet. Het hof is van oordeel dat de geraamde lasten niet uitgaan boven de geraamde baten ter zake.
De heffingsambtenaar heeft ter zitting aangegeven dat de aanslag in ieder geval zal worden verminderd met de daarin begrepen 19% omzetbelasting omdat de verordening het bedrag zonder omzetbelasting aangeeft, welk standpunt het hof juist acht. Het hof verklaart het beroep gegrond.

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.