Rioolheffing; KRW staat niet in de weg aan heffing naar ingenomen water en een vast bedrag
Een Kroatische rechter heeft verzocht om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU. Het Europese Hof verklaart voor recht dat de KRW aldus moet worden uitgelegd dat zij niet in de weg staat aan een nationale regeling, die bepaalt dat de aan de verbruiker in rekening gebrachte prijs van waterdiensten niet alleen een variabel gedeelte omvat, dat wordt berekend op basis van de door de betrokkene werkelijk verbruikte hoeveelheid water, maar ook een vast gedeelte, dat losstaat van die hoeveelheid.
De KRW beoogt geen volledige harmonisatie van de regelingen van de lidstaten inzake water. Blijkens overweging 19 van de KRW beoogt deze richtlijn het aquatische milieu in de Unie in stand te houden en te verbeteren. Deze doelstelling betreft in de eerste plaats de kwaliteit van de betrokken wateren. Beheersing van de beschikbare hoeveelheid is een bijkomend element bij het garanderen van een goede waterkwaliteit, en derhalve dienen ook maatregelen voor de kwantitatieve aspecten te worden getroffen met het oog op de doelstelling om een goede waterkwaliteit te waarborgen. In dat verband bepaalt art. 9 KRW dat de lidstaten rekening houden met het beginsel van terugwinning van de kosten van waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen, met inachtneming van de economische analyse volgens bijlage III bij de KRW en overeenkomstig met name het beginsel dat de vervuiler betaalt. De lidstaten dienen er onder meer voor te zorgen dat het waterprijsbeleid adequate prikkels bevat voor de gebruikers om de watervoorraden efficiënt te benutten, en daardoor een bijdrage te leveren aan de milieudoelstellingen van de KRW. De middelen voor het bereiken van dit doel worden aldus aan het oordeel van de lidstaten overgelaten. In die context kan niet worden betwist dat de vaststelling van de prijs van waterdiensten op basis van het werkelijke waterverbruik een van de middelen vormt die gebruikers ertoe kunnen aanzetten de watervoorraden efficiënt te benutten. Om te voldoen aan de door het Unierecht opgelegde verplichting van kostenterugwinning voor waterdiensten beschikken de lidstaten evenwel over de mogelijkheid om voor de vaststelling van de waterprijs andere regels vast te stellen, die het met name mogelijk maken de kosten te verhalen die de watervoorzieningsdiensten dragen om aan de gebruikers water in toereikende hoeveelheden en van toereikende kwaliteit ter beschikking te stellen, ongeacht hun werkelijke verbruik van dat water. Voor zover zij de verplichting nakomen om de kosten van waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen, terug te winnen, mogen de lidstaten immers tussen verschillende tariferingssystemen die kiezen welke het best aan hun eigen situatie zijn aangepast.
DATUM:
07 december 2016
ECLI:
ECLI:EU:C:2016:927
ZAAKNUMMER:
C-686/15
INSTANTIE:
Hof van Justitie van de EU
