Afvalstoffenheffing; kosten zwerfvuil en kwijtschelding terecht in kostentoerekening
Belanghebbende is onder andere aangeslagen voor de afvalstoffenheffing 2001 door de gemeente Wijchen. Tussen partijen is onder andere nog in geschil of bij de tariefstelling van de afvalstoffenheffing kosten zijn meegenomen die niets van doen hebben met de inzamelplicht van huishoudelijk afval en of de baten van de afvalstoffenheffing de kosten van inzameling van huishoudelijk afval te boven gaan.
Naar het oordeel van het Hof heeft de gemeente voldoende aannemelijk gemaakt dat het verwijderen van zwerfvuil, het oprichten en in stand houden van de milieustraat en de aan verenigingen betaalde bedragen voor het ophalen van oud papier - zoals deze kosten staan vermeld in de begroting 2001 – in rechtstreeks verband staan met het verwijderen van huishoudelijk afval. De ter zake gemaakte kosten kan de gemeente derhalve ten grondslag leggen aan het op de artikelen 10.11 en 15.33 van de Wet milieubeheer gebaseerde tarief van de afvalstoffenheffing. In de gemeentebegroting 2001 is met betrekking tot de afvalstoffenheffing onder de kostenpost ‘Heffing en invordering’ een bedrag van f 230.000 opgenomen voor ‘kwijtschelding minima’. Blijkens artikel 15.33 van de Wet milieubeheer kan de gemeente de onderhavige heffing instellen ter bestrijding van de kosten van verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen. Tot die kosten behoren ook de kosten van heffing en invordering van de belasting. Tot deze laatste kosten kunnen naar het oordeel van het Hof in redelijkheid ook worden gerekend bedragen aan belasting die op grond van een wettelijke voorziening – in dit geval de bevoegdheid tot het verlenen van kwijtschelding op grond van artikel 26 van de Invorderingswet 1990 – niet (kunnen) worden ingevorderd.
Naar het oordeel van het Hof is de gemeente Wijchen gebleven binnen het kader dat de nationale wetgever voor ogen heeft gestaan bij het verlenen van de bevoegdheid aan de gemeenten tot het instellen van de onderhavige heffing. Van een onredelijke of willekeurige heffing is geen sprake.
DATUM:
30 januari 2004
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2004:AO6647
ZAAKNUMMER:
02/01519
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
