Geen immateriële schadevergoeding wegens wijze van procesvoering gemachtigde
In geschil is de door de rechtbank uitgesproken immateriële schadevergoeding vanwege het overschrijden van de redelijke termijn. De heffingsambtenaar stelt dat belanghebbende geen recht heeft op immateriële schadevergoeding.
Uit de feitelijke onderbouwing van de stellingen van de heffingsambtenaar over de bijzondere procesvoering die de gemachtigde van belanghebbende bezigt, leidt het hof af dat de heffingsambtenaar ook onder de aandacht heeft willen brengen dat de overschrijding van de redelijke termijn volledig aan de gemachtigde is te wijten, namelijk door zijn inhoudelijk onverantwoorde aanpak van de zaak en zijn niet te rechtvaardigen wijze van procederen. Een immateriële schadevergoeding past bovendien niet bij de gedragingen van de gemachtigde van belanghebbende. Door de wijze van procederen kan bij de belanghebbende bezwaarlijk van spanning en frustratie worden gesproken. Het hof oordeelt dat in het geheel geen plaats is voor een immateriële schadevergoeding.
DATUM:
22 maart 2019
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2019:674
ZAAKNUMMER:
18/00959
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
