Overschrijding redelijke termijn, bezwaar tegen meerdere besluiten op één aanslagbiljet aangemerkt als één bezwaar
Belanghebbende is genothebbende krachtens eigendom en gebruik van een onroerende zaak waarvoor de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor een aanslag afvalstoffenheffing en rioolheffing heeft opgelegd. In geschil is de hoogte van de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep, alsmede de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Het hof overweegt dat de rechtszekerheid als algemeen aanvaard rechtsbeginsel meebrengt dat belastinggeschillen binnen een redelijke termijn behoren te worden berecht. Deze termijn is twee jaar inclusief de bezwaarfase en begint als regel te lopen op het moment waarop de heffingsambtenaar het eerste bezwaarschrift ontvangt en eindigt op het moment waarop de rechter uitspraak doet in de hoofdzaak. Bij overschrijding van deze termijn dient voor de schadevergoeding als uitgangspunt een tarief te worden gehanteerd van € 500 per half jaar (zie ook ECLI:NL:HR:2016:252). In dit geval is de redelijke termijn met elf maanden overschreden en heeft de rechtbank deze overschrijding afgerond tot twee maal een half jaar. De vergoeding is terecht berekend op twee maal € 500, dus € 1.000 per zaak en ook de verdeling van de schadevergoeding acht het hof juist. Het hof gaat niet mee in het standpunt van belanghebbende dat de vergoeding € 300 per maand dient te bedragen. Nu de aanslagen afvalstoffenheffing en rioolheffing op één aanslagbiljet zijn vermeld en in één geschrift uitspraak op bezwaar is gedaan, is sprake van één bezwaar en één beroep voor toepassing van de regels inzake de proceskostenvergoedingen.
DATUM:
20 december 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2018:10034
ZAAKNUMMER:
18/00202 en 18/00203
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
