Leges; prejudiciële vragen over invloed Dienstenrichtlijn
Belanghebbende was op grond van een in december 2009 met de gemeente Amersfoort gesloten overeenkomst belast met de aanleg van een glasvezelnetwerk. Voor de aanleg heeft belanghebbende instemming van B&W verzocht omtrent tijdstip, plaats en werkwijze voor de uitvoering van de onder- en bovengrondse werkzaamheden. In verband met de verleende instemmingsbesluiten zijn diverse legesnota’s opgelegd. Belanghebbende stelt dat de legesnota’s in overeenstemming moeten zijn met de Dienstenrichtlijn en/of met de Machtigingsrichtlijn. Naar het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden ziet artikel 12 van de Machtigingsrichtlijn op deze legesheffing en brengt dit mee dat deze leges enkel mogen dienen ter dekking van de administratiekosten die voortvloeien uit de in artikel 12, eerste lid, aanhef, en onderdeel a, van de Machtigingsrichtlijn genoemde posten. Op basis daarvan heeft het hof vervolgens beslist dat niet anders kan worden geoordeeld dan dat de baten in betekenende mate uitgaan boven het gecorrigeerde bedrag van de lasten. Daaraan heeft het hof het gevolg verbonden dat aan de gehele Legesverordening verbindende kracht dient te worden ontzegd. De A-G heeft de Hoge Raad in overweging gegeven het HvJ te verzoeken om een prejudiciële beslissing te geven omtrent een drietal vragen.
De Hoge Raad stelt een aantal prejudiciële vragen aan het HvJ over de reikwijdte van de Europese Dienstenrichtlijn. De Hoge Raad wil in de eerste plaats weten of de Dienstenrichtlijn überhaupt van toepassing is. In dat kader wil de Hoge Raad weten of de leges belastingen in de zin van de Dienstenrichtlijn zijn en of de Dienstenrichtlijn ook van toepassing is in zuiver interne situaties. Verder wil de Hoge Raad weten of het hier gaat om voorschriften van ruimtelijke ordening waarop de Dienstenrichtlijn mogelijk niet van toepassing is. Ook wil de Hoge Raad weten of bedoelde instemming wel een vergunning is die onder de werking van de Diensten-richtlijn valt. Nederland heeft de bepaling van de Dienstenrichtlijn dat de kosten die de gemeente voor een aanvraag van een vergunning in rekening mag brengen redelijk en evenredig moeten zijn en voor de gemeente niet meer dan kostendekkend mogen zijn niet ingevoerd. Indien het HvJ oordeelt dat de Dienstenrichtlijn hier van toepassing is, wil de Hoge Raad weten of deze bepaling rechtstreekse werking heeft. Als dat zo is, wil de Hoge Raad weten hoe de gemeente kosten voor het in behandeling nemen van dergelijke aanvragen mag of moet berekenen, en volgens welke criteria zij indirecte en vaste kosten aan concrete aanvragen moet toerekenen.
DATUM:
05 juni 2015
ECLI:
ECLI:NL:HR:2015:1467
ZAAKNUMMER:
13/03931
INSTANTIE:
Hoge Raad
