Rioolrechten; spaarbedragen voor vervangingsinvesteringen mogen in hetzelfde jaar worden afgeboekt op die investeringen
De Hoge Raad heeft bij verwijzingsarrest overwogen dat voor de beantwoording van de vraag of, en zo ja in hoeverre, investeringsuitgaven aan een jaar kunnen worden toegerekend, beoordeeld moet worden of de toerekening niet in strijd komt met de voor de gemeente geldende comptabiliteitsvoorschriften. Hof 's-Hertogenbosch overweegt dat uit de comptabiliteitsvoorschriften volgt dat de gemeente eerst kan sparen in een voorziening en dan later ten laste van deze voorziening investeringsuitgaven kan doen. Daarnaast kan de gemeente ook eerst investeringsuitgaven doen en op de activering hiervan afschrijven in de jaren na het jaar van investering. De gemeente Nijmegen hanteert een schommelfonds. In werkelijkheid heeft de gemeente investeringsuitgaven onmiddellijk als last genomen. Het door de gemeente gehanteerde schommelfonds is hierdoor in het eerste jaar meteen negatief. In het schommel-fonds wordt dan ook niet gespaard voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Dit is volgens het hof in strijd met de comptabiliteitsvoorschriften. Er is volgens het hof (ook) geen sprake van een ideaalcomplex. Het tarief in de verordening is onverbindend.
De Hoge Raad overweegt dat de gemeente bij het opstellen van de begroting is gebonden aan de in het BBV gegeven regels. Ingevolge artikel 75 van het BBV draagt de Commissie BBV zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV, onder meer aan de hand van een document dat de eenduidige interpretatie van het BBV bevordert en door de beantwoording van vragen. De handelwijze van de gemeente ten aanzien van het ‘schommelfonds’ is in overeenstemming met het standpunt van de Commissie BBV. In dat standpunt ligt besloten dat spaarbedragen voor vervangingsinvesteringen nog in datzelfde jaar mogen worden afgeboekt op die investeringen. Dat standpunt van de Commissie BBV geeft geen blijk van miskenning van de regels die zijn neergelegd in het BBV. Van de handelwijze van de gemeente kan daarom evenmin worden gezegd dat deze in strijd komt met de voor haar geldende comptabiliteitsvoorschriften. ’s Hofs oordeel dat van een andere opvatting uitgaat, wordt door het middel dan ook terecht bestreden. De omstandigheid dat de geldstromen rondom het rioolbeleid ingewikkeld en niet transparant waren, doet hieraan niet af. De Hoge Raad vernietigd de uitspraak van het hof en oordeelt dat er geen sprake is van overschrijding van de opbrengstlimiet.
DATUM:
16 januari 2015
ECLI:
ECLI:NL:HR:2015:67
ZAAKNUMMER:
13/04173
INSTANTIE:
Hoge Raad
