Onjuiste rechtsmiddelverwijzing
In de rechtsmiddelverwijzing in de uitspraak van de rechtbank van 4 september is opgenomen dat binnen 6 weken na de dag van verzending van het proces-verbaal hoger beroep kan worden ingesteld. Het proces-verbaal van de zitting is op 22 oktober aan belanghebbende verzonden. In het bij de uitspraak meegezonden begeleidend schrijven is opgenomen dat hoger beroep dient te worden ingesteld binnen 6 weken na de datum van verzending van de uitspraak bij de Raad van State. Op 9 september verzoekt belanghebbende de rechtbank om opheldering over de juiste instantie waar het hoger beroep kan worden ingediend. Op 19 september bericht de griffier van de rechtbank dat per abuis een onjuist begeleidend schrijven is meegezonden. Hierbij is meegedeeld dat hoger beroep kan worden ingesteld binnen 6 weken na de datum van verzending van die brief. Het hogerberoepschrift van belanghebbende is uiteindelijk op 24 oktober 2014 ingekomen.
Naar het hof uit de door belanghebbende ingediende stukken begrijpt, stelt deze zich op het standpunt dat hij uit de brief van de rechtbank van 19 september heeft mogen afleiden dat de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift eerst op 30 oktober zou eindigen. De feiten en omstandigheden voeren het hof tot de conclusie dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende met het te laat indienen van het bezwaarschrift in verzuim is geweest. Het hoger beroep is ontvankelijk.
DATUM:
13 oktober 2015
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2015:7704
ZAAKNUMMER:
14/01124 en 14/01125
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
