Rioolrechten; invulling van het begrip ‘in betekenende mate’ op 10%

Aan belanghebbende zijn over de jaren 2001 en 2002 door de gemeente Roosendaal aanslagen rioolafvoerrecht opgelegd. Belanghebbende heeft tegen de aanslagen geprocedeerd, hetgeen heeft geleid tot verwijzingsarresten van de Hoge Raad van 24 april 2009, met verwijzing naar Gerechtshof Arnhem. De uitspraak van het hof heeft geleid tot deze tweede cassatieprocedure.
Het hof is in zijn uitspraak ervan uitgegaan dat sprake is van ‘in betekenende mate’ indien de geraamde baten de geraamde lasten met ten minste 25 percent overstijgen.
De Hoge Raad oordeelt dat van ‘in betekenende mate’ sprake is indien de geraamde baten 10 procent of meer uitgaan boven het gecorrigeerde bedrag van de geraamde lasten.
Ter beantwoording van de vraag of sprake is van algehele onverbindendheid van de desbetreffende verordeningen, zal het verwijzingshof moeten beoordelen van welke van die posten het de gemeente op voorhand duidelijk moet zijn geweest dat zij niet of slechts ten dele dienden ter dekking van de kosten waarvoor de rechten mochten worden geheven, en of na eliminatie van de desbetreffende bedragen de geraamde belastingopbrengsten het gecorrigeerde bedrag van de lastenraming met 10 percent of meer overschrijden.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.