Leges; overschrijding opbrengstlimiet leidt tot onverbindendheid

De heffingsambtenaar van de gemeente Wijchen heeft een aanslag van € 18.431 aan bouwleges opgelegd. Zowel het bezwaar als het beroep hiertegen zijn ongegrond verklaard.
In geschil is de vraag of, en zo ja in hoeverre, de legesverordening onverbindend is in verband met het bepaalde in artikel 229b van de Gemeentewet.
Het hof oordeelt dat de opbrengstlimiet is overschreden. Naar het oordeel van het hof kan niet worden gezegd dat de gemeente, met wat in hoger beroep naar voren is gebracht, de bestaande twijfel naar vermogen heeft weggenomen. Nu de gemeente geen (nadere) feitelijke gegevens heeft verstrekt kan voor dit geding niet anders worden geconcludeerd dan dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van “lasten ter zake”. Vervolgens is de vraag of dit moet leiden tot een partiële of een algehele onverbindendheid van de verordening (HR 10 april 2009, nr. 43747, LJN BC3691). Het hof oordeelt dat niet aannemelijk is gemaakt dat tot het bedrag van € 1.773.691 sprake was van “lasten ter zake”. Ook is niet gesteld op welke specifieke lasten de in dit bedrag begrepen posten betrekking hebben en waarom dat “lasten ter zake” zouden zijn, althans het de gemeente(raad) niet op voorhand duidelijk moet zijn geweest dat het geen “lasten ter zake” zijn. Omdat na eliminatie de geraamde baten ook in betekenende mate uitgaan boven het, voor dit geding, gecorrigeerde bedrag van de geraamde lasten, is het hof van oordeel dat de verordening in haar geheel onverbindend is. Het hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de legesnota tot € 3.004. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.