Rioolrechten; baggerkosten en grondwatercontrolekosten hangen meer dan slechts zijdelings samen met de riolering
Het hof diende na verwijzing te beoordelen of de in de raming van de rioleringskosten opgenomen posten 'baggerkosten' en 'grondwatercontrolekosten' niet of slechts zijdelings met de riolering samenhangen en derhalve niet als rioleringskosten hadden mogen worden aangemerkt (nieuwsservice 2008, week 3). Het hof is na verwijzing ervan uitgegaan dat kostenposten niet of slechts zijdelings met de riolering samenhangen, indien zij daarmee voor minder dan 10% samenhangen (HR 31 maart 1999, nr. 33 427, LJN AA2710, BNB 1999/221, onder 5.6). Het hof heeft geoordeeld dat, kort gezegd, de baggerkosten meer dan slechts zijdelings verband houden met de riolering. Het hof heeft aannemelijk geacht dat de in zijn uitspraak bedoelde grachten, vijvers en overige waterlopen niet alleen dienen voor de waterberging maar ook voor de afvoer in het kader van het rioleringsbeheer. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat de heffingsambtenaar van Gemeentebelastingen van de gemeente Amsterdam erin is geslaagd belanghebbendes stelling te weerleggen dat het baggeren niets te maken heeft met de rioleringsfunctie van de grachten. Dat het hof op grond van onder andere deze vaststellingen tot het oordeel is gekomen dat de baggerkosten in grotere mate dan slechts zijdelings met de riolering samenhangen, geeft geen blijk van miskenning of verkeerde uitleg van het beoordelingscriterium voor de procedure na verwijzing.
Met betrekking tot de grondwatercontrolekosten heeft het hof geoordeeld dat ook deze kosten in grotere mate dan slechts zijdelings met de riolering samenhangen. Daartoe heeft het hof kennelijk geoordeeld (i) dat door de heffingsambtenaar aannemelijk is gemaakt dat een dalende grondwaterstand erop kan wijzen dat er een lek zit in een rioolbuis die normaal onder de grondwaterspiegel ligt maar ten gevolge van dat lek is gaan werken als drainagebuis, (ii) dat een dalende grondwaterstand derhalve een gevolg kan zijn van het niet goed functioneren van het rioolstelsel, en (iii) dat de gemeente om die reden ter controle van de grondwaterstanden een peilfilterbuizennet langs het rioolstelsel heeft aangelegd. Aldus verstaan geeft ook dit oordeel van het hof geen blijk van miskenning of verkeerde uitleg van het beoordelingscriterium voor de procedure na verwijzing.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
DATUM:
04 juni 2010
ECLI:
ECLI:NL:HR:2010:BL0990
ZAAKNUMMER:
08/00313
INSTANTIE:
Hoge Raad
