Omgevingsvergunning valt niet onder het begrip ‘vergunningsstelsel’
In geschil is of terecht leges zijn opgelegd voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een omgevingsvergunning. Belanghebbende stelt dat de tarieven in strijd zijn met art. 13 lid 2 van de Dienstenrichtlijn.
De rechtbank overweegt dat leges die worden geheven in verband met een dienst door de gemeente niet kunnen worden aangemerkt als ‘belastingen’ in de zin van art. 2 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. De rechtbank overweegt vervolgens dat belanghebbende een dienstverrichter is in de zin van de Dienstenrichtlijn, maar dat belanghebbende geen beroep kan doen op art. 13 Dienstenrichtlijn. De aangevraagde vergunning moet namelijk onder het ‘vergunningsstelsel’ vallen. De in casu geldende eis van het hebben van een vergunning voor bouwen en milieu geldt voor zowel dienstverrichters als particulieren. Dat een bouwwerk als het onderhavige niet door een particulier zal worden gebouwd, doet niet eraan af dat de aangevraagde vergunning niet specifiek ziet op de toegang tot een activiteit in verband met diensten of specifiek daarop van invloed zijn. De vergunning is erop gericht dat overeenkomstig bouw- en milieuvoorschriften wordt gebouwd, net zoals een particulier moet doen als hij wil bouwen. De omgevingsvergunning valt dus niet onder het begrip ‘vergunningsstelsel’.
DATUM:
11 februari 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBDHA:2019:1460
ZAAKNUMMER:
SGR 18/2133
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
