Rioolrechten; alle kosten verhalen op eigenaren naar maatstaf WOZ-waarde is toegestaan
In geschil zijn voor het jaar 2006 opgelegde aanslagen in het rioolrecht van de gemeente Nijmegen. De Rechtbank Arnhem heeft het beroep gegrond verklaard en de uitspraken van de heffingsambtenaar vernietigd (nieuwsservice 2007, week 17). Het Gerechtshof Arnhem heeft het hoger beroep gegrond verklaard en heeft de zaak teruggewezen naar de rechtbank (nieuwsservice 2007, week 42). Tegen de uitspraak van het hof is beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat het een gemeente vrij staat om alleen de zakelijk gerechtigden - en dus niet de gebruikers - als belastingplichtigen in de heffing van rioolrecht te betrekken. Het standpunt van belanghebbende dat de gemeente in een dergelijk geval geen hoger bedrag aan kosten mag verhalen dan redelijkerwijs aan de belastingplichtige eigenaren kan worden toegerekend faalt. Ingeval een gemeente één rioolgebruiksretributie heft, mag zij alle aan de aanleg, het onderhoud en het gebruik van het riool verbonden kosten verhalen op de in de verordening aangewezen categorie van belastingplichtigen. De stelling dat tarieven van een gebruiksretributie zich zouden moeten richten naar het gebruik dat wordt gemaakt van gemeentebezittingen en dat het karakter van de retributie uitsluitend een differentiatie in het tarief zou toelaten naar de grootte van het voordeel, gelegen in de vergroting van de gebruiksmogelijkheden, vindt geen steun in de tekst van de wet en is in strijd met de bedoeling van de wetgever. De Hoge Raad voegt daaraan toe dat ook de toegepaste heffingsmaatstaf bij een gebruiksretributie als de onderhavige niet gerelateerd hoeft te zijn aan de hoeveelheid afvalwater die vanuit de eigendommen wordt geloosd of aan de omvang van de daardoor in individuele gevallen opgeroepen kosten.
Tenslotte merkt de Raad op dat alle belastingplichtigen daadwerkelijk in de heffing van rioolrecht zijn betrokken, zodat van schending van het evenredigheidsbeginsel of enig ander algemeen rechtsbeginsel evenmin sprake is.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
DATUM:
15 mei 2009
ECLI:
ECLI:NL:HR:2009:BD5477
ZAAKNUMMER:
07/13148
INSTANTIE:
Hoge Raad
