Rioolrechten; bewijslastverdeling overschrijding kostendekkingsnorm
Aan belanghebbende is een aanslag rioolafvoerrecht 2001 opgelegd door de gemeente Roosendaal. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de Verordening 2001 in de uitspraak van 20 september 2007 (nr. 04/02235, LJN BC0297) onverbindend verklaard, omdat de gemeente niet heeft bewezen dat de heffing is gebaseerd op inzichtelijke en controleerbare gegevens. Het hof vindt dat het daardoor niet in staat is om te beoordelen of de opbrengstlimiet van artikel 229b van de Gemeentewet is overschreden.
De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en formuleert uitgangspunten die partijen in acht moeten nemen bij geschillen over de opbrengstlimiet. Indien belanghebbende stelt dat de opbrengstlimiet is geschonden, dient de heffingsambtenaar inzicht te verschaffen in de ramingen. Indien belanghebbende ten aanzien van één of meer posten in de raming in twijfel trekt of de post kan worden aangemerkt als een "last ter zake", dient de heffingsambtenaar nadere inlichtingen over deze post te verstrekken, teneinde - naar vermogen - deze twijfel weg te nemen. Indien belanghebbende niet stelt dat de in deze inlichtingen begrepen feitelijke gegevens onjuist zijn, heeft de rechter slechts de rechtsvraag te beantwoorden of, uitgaande van die feiten, de desbetreffende post kan worden aangemerkt als een "last ter zake". Bij ontkennende beantwoording van die vraag dient hij te beoordelen of daardoor de opbrengstlimiet is overschreden. Indien belanghebbende wél stelt dat die feitelijke gegevens onjuist zijn, en de heffingsambtenaar deze stelling van belanghebbende betwist, komt bewijslevering aan de orde. In dat geval draagt belanghebbende de bewijslast van zijn stelling dat de door de heffingsambtenaar verschafte feitelijke gegevens onjuist zijn, omdat die onjuistheid een voorwaarde is voor het intreden van het rechtsgevolg dat hij inroept (onverbindendheid van de verordening). Na bewijslevering dient de rechter, uitgaande van de feiten die hij bewezen acht, de vraag te beantwoorden of sprake is van een “last ter zake”, en in het licht daarvan te beoordelen of de opbrengstlimiet is overschreden. Het hof heeft geen rekening gehouden met deze uitgangspunten. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Arnhem.
DATUM:
24 april 2009
ECLI:
ECLI:NL:HR:2009:BI1968
ZAAKNUMMER:
07/12961
INSTANTIE:
Hoge Raad
