Twee administratieve handelingen hebben te weinig ‘substance’
Belanghebbende doet een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning. Het legesbedrag bestaat uit een bedrag voor de behandeling van de omgevingsaanvraag voor de activiteit bouwen, een bedrag voor de eerste welstandsbeoordeling door de omgevingscommissie, een bedrag voor de tweede en derde welstandsbeoordeling door de omgevingscommissie en een bedrag van voor de door belanghebbende gegeven toelichting op de aanvraag. Naar aanleiding van de aanvraag heeft de gemeente Maasgouw, behalve het uitvoeren van de welstandstoets, de aanvraag alleen geregistreerd en gepubliceerd in het gemeenteblad. De heffingsambtenaar stelt dat de legesheffing voor de activiteit bouwen alleen al gerechtvaardigd is, omdat het bouwplan is voorgelegd aan de omgevingscommissie.
Naar het oordeel van het hof is dit standpunt niet juist. Gegeven het feit dat in de tarieventabel is opgenomen dat het tarief uit ‘de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat’ gevoegd bij het feit dat voor die verschillende handelingen en activiteiten afzonderlijke tarieven zijn opgenomen, kan een handeling of activiteit die wordt bestreken door de welstandstoets niet ook nog eens worden toegerekend aan de handelingen en activiteiten ter uitvoering van het bouwen.
Het hof concludeert hieruit dat de leges enkel zijn geheven voor twee administratieve handelingen. Deze twee administratieve handelingen hebben, alhoewel gedaan in het individuele belang van belanghebbende, naar het oordeel van het hof, te weinig ‘substance’ om te kunnen spreken van dienstverlening jegens belanghebbende waarvoor leges kunnen worden geheven.
Belanghebbende stelt dat zij de omgevingsvergunning heeft aangevraagd op advies van de behandelend ambtenaar, om zodoende te voorkomen dat zij geconfronteerd zou worden met de strengere eisen van het Bouwbesluit 2015 en hogere kosten, en omdat de behandelend ambtenaar haar had verzekerd dat het wel goed zou komen met de aanvraag; en dat zij de omgevingsvergunning nooit zou hebben aangevraagd voorafgaande aan de verkrijging van een goedkeuring van het schetsplan als de behandelend ambtenaar haar daartoe niet geadviseerd had. Het hof neemt mede in overweging dat belanghebbende op het terrein van de lokale belastingheffing als leek moet worden beschouwd en dat zij zich in haar contacten met de behandelend ambtenaar niet heeft laten bijstaan door een fiscaal adviseur. Door te vertrouwen op het door de behandelend ambtenaar gegeven advies is zij in het aanvraagtraject terecht gekomen, waar zij zelf, vooralsnog, uit had willen blijven. Ook die omstandigheden staan naar het oordeel van het hof aan de weg aan een heffing van leges.
DATUM:
01 februari 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2018:383
ZAAKNUMMER:
16/03850
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
