Bevoegdheid om ‘buiten de gemeentelijke regelgeving om’ een begunstigende beslissing te nemen is geen zelfstandige grondslag voor heffing
De heffingsambtenaar van de gemeente Heeze-Leende erkent dat de bijlage niet elektronisch is bekendgemaakt en dat niet is voorzien in een vervangende uitgave. Nu de ROEB-lijst niet op de voorgeschreven manier bekend is gemaakt, is de gemeentelijke regeling, voor zover daarbij de bouwkosten op grond van die ROEB-lijst worden vastgesteld, onverbindend. Dat betekent dat de bouwkosten niet aan de hand van de ROEB-lijst kunnen worden vastgesteld. Omdat een aanneemsom ontbreekt en belanghebbende ook geen gegevens heeft overgelegd waaruit blijkt dat het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid is geschied, kunnen de bouwkosten, gelet op het bepaalde in de tarieventabel, evenmin aan de hand daarvan worden vastgesteld. Nu de leges voor planologisch strijdig gebruik voor een binnenplanse en buitenplanse kleine afwijking (mede) op die bouwkosten gebaseerd zijn, strekt het geconstateerde gebrek zich ook tot die leges uit. Voor zover de heffingsambtenaar zich erop heeft beroepen dat de bouwkosten die de grondslag vormen van de legesheffing, niet (langer) zijn gebaseerd op de ROEB-lijst, maar in beroep toepassing is gegeven aan de hardheidsclausule van art. 63 AWR, leidt dat de rechtbank niet tot een ander oordeel. De hardheidsclausule geeft de heffingsambtenaar de bevoegdheid tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard en aldus een voor belanghebbende begunstigende beslissing te nemen. Deze bevoegdheid om ‘buiten de gemeentelijke regelgeving om’ een begunstigende beslissing te nemen kan naar het oordeel van de rechtbank geen zelfstandige grondslag vormen voor het heffen van de onderhavige leges. Deze grondslag kan enkel worden gevonden in de legesverordening en de daarmee samenhangende regelgeving. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er in dit geval, vanwege de onverbindendheid van de legesverordening voor zover die ziet op toepassing van de ROEB-lijst voor het bepalen van de bouwkosten, geen ruimte voor de heffingsambtenaar om de leges op andere wijze te heffen.
Daar komt bij dat de hardheidsclausule is bedoeld om voor belanghebbenden ongunstige uitkomsten te corrigeren. Nu er reeds door de onverbindendheid geen aanslag meer resteert, valt er ook niets te corrigeren, laat staan op een voor belanghebbende begunstigende wijze.
DATUM:
22 december 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2017:6702
ZAAKNUMMER:
16/2993
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
