Van een ‘verbouwing’ is slechts sprake indien een reeds bestaand gebouw wordt verbouwd
Belanghebbende stelt dat er een interne verbouwing en geen nieuwbouw is van 4 appartementen.
De rechtbank overweegt dat vergunning is verleend voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in art. 2 lid 1 onderdeel a van de Wabo. Het hof gaat voorbij aan de enkele en niet nader onderbouwde stelling van belanghebbende dat zou zijn gevraagd om een vergunning voor een interne verbouwing. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende tegen de verleende vergunning bezwaar heeft gemaakt op de grond dat deze is verleend voor het bouwen van een bouwwerk in plaats van voor een gevraagde interne verbouwing. Het hof acht belanghebbende daarom er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de in behandeling genomen aanvraag betrekking had op een interne verbouwing. Van een ‘verbouwing’ kan naar het oordeel van het hof naar spraakgebruik slechts sprake zijn indien een reeds bestaand gebouw wordt verbouwd. Indien de ‘verbouwing’ slechts de binnenkant van het gebouw betreft, kan worden gesproken van een ‘interne verbouwing’. Van een (interne) verbouwing is geen sprake indien een bouwplan voor een nog te bouwen gebouw wordt gewijzigd waarbij de betreffende wijziging uitsluitend ziet op een wijziging van de indeling van het nog te bouwen gebouw.
DATUM:
29 september 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2017:4150
ZAAKNUMMER:
16/03485
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
