Voetbalstadion niet uitsluitend geëxploiteerd voor maken van winst
Belanghebbende is eigenaar van een voetbalstadion in de gemeente Alkmaar met onderliggende grond en aanliggende parkeerterreinen. De onroerende zaak is in het kader van de afhandeling van een faillissement op 15 juni 2010 voor € 15.000.000 verkocht aan belanghebbende, wier aandelen toentertijd werden gehouden door ondernemers in de regio Alkmaar. In de loop van 2010 zijn de aandelen overgenomen door een BV. Belanghebbende stelt dat de waarde moet worden vastgesteld op € 9.027.000 op basis van de bedrijfswaarde. De heffingsambtenaar stelt dat de waarde dient te worden bepaald op € 28.000.000 op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde.
De rechtbank overweegt dat de onroerende zaak een niet-courant object is. Het uitgangspunt dat de waarde van een commercieel geëxploiteerde onroerende zaak niet afwijkt van de gecorrigeerde vervangingswaarde geldt voor courante objecten, waarvan hier dus geen sprake is (HR 14 april 2017, ECLI:HR:2017:672). Belanghebbende is niet geslaagd in de op haar rustende bewijslast aannemelijk te maken dat de onroerende zaak uitsluitend wordt geëxploiteerd met het doel winst te maken. Belanghebbende is opgericht ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak, niet is gebleken dat zij meer of andere onroerende zaken beheert. Uitgaande van de weergave van de statuten in een door belanghebbende overgelegd rapport, volgt hieruit niet meer dan dat belanghebbende (uitsluitend) de onroerende zaak beheert en exploiteert. Een exploitatie uitsluitend met het doel winst te maken volgt hieruit niet, noch uit de andere statutaire doelstellingen zoals weergegeven in het rapport. Ook overigens volgt een louter commerciële exploitatie van de onroerende zaak niet uit het rapport. Uit deze stukken blijkt dat belanghebbende winst heeft gemaakt in 2011 en 2012, maar dat is op zichzelf onvoldoende om te kunnen concluderen dat de exploitatie louter op winst is gericht. Het standpunt dat de louter commerciële doelstelling volgt uit de keuze voor een B.V. treft evenmin doel. De vraag of de onroerende zaak voor belanghebbende uitsluitend dan wel in overwegende mate of in het geheel niet met het doel daarmee winst te behalen wordt geëxploiteerd, volgt immers niet uit de gekozen rechtsvorm. De enkele stelling dat er geen handelingen zijn die niet op winst gericht zijn, is te algemeen om te kunnen dienen ter onderbouwing van het standpunt van belanghebbende. De overgelegde huurgegevens kunnen evenmin tot de door haar voorgestane conclusie leiden. Niet alleen vallen deze cijfers zonder nadere onderliggende gegevens niet te interpreteren, maar bovenal is van de in de vergelijking opgenomen stadions niet bekend of deze al dan niet uitsluitend in de commerciële sfeer worden geëxploiteerd.
DATUM:
23 maart 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBNHO:2018:2455
ZAAKNUMMER:
16/2561
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Holland
