Verstrekking kopieën bestemmingsplan op verzoek, sprake van een dienst

Belanghebbende heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van een exemplaar van een bestemmingsplan. Hieraan heeft de gemeente voldaan. Aan belanghebbende is hiervoor € 89,90 aan leges in rekening gebracht. Het bestemmingsplan was op het gemeentehuis kosteloos in te zien. Belanghebbende stelt dat het een WOB-verzoek betreft waarvoor geen leges mogen worden geheven. Het hof gaat er veronderstellenderwijs vanuit dat sprake is van een WOB-verzoek.
Belanghebbendes stelling dat de WOB een lex specialis is, die aan gemeenten niet de mogelijkheid biedt leges in rekening te brengen voor het verstrekken van kopieën, is onjuist. Artikel 12 van de WOB geeft de centrale overheid de mogelijkheid om voor de door haar te behandelen WOB verzoeken regels te stellen met betrekking tot het in rekening brengen van een vergoeding voor het vervaardigen van kopieën van documenten en uittreksels of samenvattingen daarvan. Voor de WOB-verzoeken aan de lagere overheden is het stellen van regels voor het in rekening brengen van vergoedingen aan die overheden zelf overgelaten. Artikel 14, aanhef en letter b, van de WOB bepaalt dat het gemeentebestuur nadere regels kan stellen omtrent de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde. In dit geval heeft de heffingsambtenaar leges in rekening gebracht op grond van de Verordening en de Tarieventabel. Beide berusten op de bevoegdheid die de gemeente daarvoor heeft ingevolge artikel 229 van de Gemeentewet.
Belanghebbende stelt dat een buitensporig tarief is gehanteerd. Het hof verwerpt dat standpunt nu tussen de hoogte van de geheven leges enerzijds en de omvang van de ter zake van gemeentewege verstrekte diensten dan wel de door de gemeente gemaakte kosten anderzijds geen rechtstreeks verband is vereist. De stelling van belanghebbende dat ingevolge artikel 7 van het Verdrag van Tromsø niet meer dan de daadwerkelijke kosten van de kopieën in rekening mogen worden gebracht, treft geen doel, aangezien Nederland het Verdrag niet heeft geratificeerd en dit Nederland derhalve niet bindt. De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar artikel 81 Wet RO.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.