Activiteiten dienen ook een ‘mede publiek belang’
Belanghebbende is gebruiker van een (tandartsen-)praktijkruimte. Hiervoor is door de heffingsambtenaar van de gemeente Bladel een BIZ-bijdrage van € 500 geheven. Belanghebbende stelt dat dit niet terecht is, omdat de activiteiten van de BIZ niet kunnen worden aangemerkt als activiteiten waarmee mede een publiek belang in de openbare ruimte wordt behartigd.
De rechtbank stelt vast dat, anders dan in de Experimentenwet BI-zones, in art. 1 lid 2 Wet BIZ niet langer ‘een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone’ staat vermeld. De activiteiten zijn eerst en vooral gericht op promotie van de winkels en horecagelegenheden, en hierin ligt besloten dat daarmee ook wordt beoogd de aantrekkelijkheid van het winkelgebied voor de klanten te vergroten. Die activiteiten zijn daarom niet (nagenoeg) uitsluitend gericht op de particuliere belangen van de ondernemers in de BI-zone of van derden, maar dienen ook een ‘mede publiek belang’. Gelet op de omstandigheid dat de BIZ-bijdrage een bestemmingsheffing is, hoeft in de relatie met de belastingplichtige geen sprake te zijn van een rechtstreekse tegenprestatie in de vorm van een verleende dienst of een voorziening waarvan de belastingplichtige gebruik maakt.
DATUM:
06 maart 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2019:1263
ZAAKNUMMER:
17/1878
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
