1,6% van de bouwkosten leidt niet tot onredelijke of willekeurige heffing

Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend voor een bouwvergunning. De heffingsambtenaar heeft leges in rekening gebracht van € 64.848,96. De Rechtbank Roermond heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelt kennis te hebben genomen van het Nijkerk-arrest (HR 14 augustus 2009, nr. 43 120, LJN BI1943). Hij heeft niettemin besloten de procedure door te zetten, omdat de hoogte van de leges "onverkwikkelijk" is. Beginselen van evenredigheid en redelijkheid eisen, dat het door de gemeente in rekening gebrachte bedrag redelijk is. Dat is volgens belanghebbende niet het geval, omdat het bedrag voldoende is om een jaar lang meer dan 1 fte te bekostigen.
Het hof overweegt dat de leges zijn vastgesteld op 1,6% van de bouwkosten. In het licht van het Nijkerk-arrest is volgens het hof geen sprake is van een onredelijke of willekeurige heffing. Ook verder is er geen grond voor het oordeel dat de hoogte van de geheven bouwvergunningsleges van € 64.848 bij een bouwsom van € 4.053.060 in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel. Belanghebbende stelt verder dat de gemeente ten onrechte weigert de hardheidsclausule toe te passen. Het hof kan daaraan geen gevolgen verbinden, nu de rechter met betrekking tot de toepassing van de hardheidsclausule niet bevoegd is.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.