Afvalstoffenheffing; Verordeningen onverbindend
Belanghebbende stelt dat de begrotingssystematiek van de gemeente Rhenen onzorgvuldig is en dat een deugdelijke onderbouwing ontbeert. Over de rioolheffing heeft de rechtbank, in het bijzonder met betrekking tot de samenstelling van de twee grootste - niet gespecificeerde - posten Kapitaallasten niet kunnen controleren of deze posten kunnen worden aangemerkt als lasten ter zake en of deze posten toegerekend kunnen worden aan 2012. Het volstaat niet de aard van de toegerekende lasten te benoemen en daarmee aannemelijk te maken dat sprake kan zijn van lasten ter zake. De rechtbank merkt op dat de gemeente, gelet op de jaarlijks oplopende reserves, de indruk wekt structureel de kosten te hoog te begroten. Zelfs indien de gemeente bij het ramen van de kosten een voorzichtigheidsmarge in acht neemt, wordt zo het risico gelopen dat de kosten van de rioolheffing hoger worden geraamd dan op grond van de realiteit noodzakelijk is. De verordening is geheel onverbindend.
Met betrekking tot de afvalstoffenheffing overweegt de rechtbank dat, hoewel de posten kapitaallasten minder omvangrijk zijn dan bij de rioolheffing, evenzeer geldt dat de heffingsambtenaar deze posten niet heeft gespecificeerd of inzichtelijk heeft gemaakt. Met betrekking tot de stelpost algemeen heeft de heffingsambtenaar enerzijds gesteld dat deze is opgenomen ter dekking van onvoorziene uitgaven en anderzijds dat het ging om projecten voor onder meer ondergronds inzamelen, waarvan de hoogte nog niet duidelijk was. Daarmee is voor deze post niet inzichtelijk en controleerbaar gemaakt of deze kan worden aangemerkt als een last ter zake en kan worden toegerekend aan 2012. Met betrekking tot de post afvoer en verwerking afval heeft belanghebbende aangevoerd dat in 2011 al voorzienbaar was dat de kosten in 2012 zouden gaan dalen met 60%. De heffingsambtenaar heeft dit niet weersproken, waardoor hij onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar heeft gemaakt of deze post juist is begroot. Na verwijdering van deze posten wordt de opbrengstlimiet in betekenende mate overschreden, waardoor ook deze Verordening geheel onverbindend is.
Terug naar kennisbank
DATUM:
05 december 2013
ECLI:
ECLI:NL:RBMNE:2013:7298
ZAAKNUMMER:
12/4383
INSTANTIE:
Rechtbank Midden-Nederland
