Afvalstoffenheffing; Kosten niet aannemelijk gemaakt
Tegen de afwijzing van zijn bezwaar tegen de door de gemeente Roermond opgelegde aanslagen rioolaansluitrecht en afvalstoffenheffing 1999 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Hof.
Belanghebbende stelt dat de Verordening rioolrecht onverbindend is, omdat niet per recht wordt voldaan aan de eis van maximaal kostendekkendheid. Tevens worden ten onrechte plankosten en toekomstige uitbreidingsinvesteringen verhaald.
Daarnaast is de Verordening in strijd met artikel 1 van de Grondwet en onverbindend, doordat van grote lozers verhoudingsgewijs veel minder rioolrecht geheven worden dan van particulieren.
Het Hof oordeelt dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat reserves voor uitbreiding van het voorzieningenniveau niet door middel van een heffing als de onderhavige kunnen worden verhaald. Uitgaven daarvoor, zo staat te lezen in de memorie van toelichting, zullen middels afschrijving (dus achteraf) aan de burger in rekening moeten worden gebracht. Het is aan verweerder om zijn stellingen aannemelijk te maken. Verweerder is hierin niet geslaagd.
Ten aanzien van de aanslag afvalstoffenheffing stelt belanghebbende dat de kosten voor de weegproef niet via de afvalstoffenheffing verhaald mogen worden, aangezien het kosten van beleidsvoorbereiding ten aanzien van de optimale tariefstructuur zijn. Tevens is de Verordening afvalstoffenheffing onverbindend, omdat ten onrechte een deel van de baten uit hoofde van de inzameling van afvalstoffen niet in mindering is gebracht op de lasten die door middel van de afvalstoffenheffing worden verhaald. Tenslotte is het tarief van de afvalstoffenheffing afhankelijk van inkomen of vermogen, doordat bij de vaststelling van het tarief al rekening is gehouden met de omstandigheid dat ten aanzien van een aantal belastingplichtigen kwijtschelding van belasting zal worden verleend.
Naar het oordeel van het Hof ligt het op de weg van verweerder om de feiten en omstandigheden te stellen, en bij betwisting aannemelijk te maken. Naar het oordeel van het Hof heeft verweerder aan deze stelplicht niet voldaan. Hij heeft weliswaar betwist dat de weegproef gericht was op het bepalen van een optimale tariefstructuur en gesteld dat de resultaten ervan met conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen in het 'Draaiboek regionale afvalreductie', maar die stellingen kunnen zijn standpunt te dezer zaken niet ondersteunen. In het bijzonder valt niet zonder meer in te zien dat de kennelijke doelstelling om te komen tot reductie van de afvalstromen meebrengt dat de weegproef in een voldoende rechtstreeks verband staat tot de specifieke dienstverlening waarvoor de afvalstoffenheffing in het leven is geroepen. Verweerder heeft niets gesteld omtrent de hoogte en samenstelling van de geraamde lasten en de hoogte van de geraamde opbrengsten. Ook overigens is daaromtrent niets komen vast te staan. De verordening is daarom onverbindend.
Het beroep is gegrond. De aanslagen worden vernietigd. De overige stellingen van belanghebbende behoeven geen behandeling meer.
DATUM:
29 november 2005
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2005:AU9203
ZAAKNUMMER:
00/00429
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
