Invorderingsrente van € 2 niet in strijd met art. 8 en 14 EVRM en art. 1 EP
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft aan belanghebbende voor 2015 een gecombineerde aanslag opgelegd die niet is betaald. De heffingsambtenaar heeft een vordering ingesteld bij de gemeente als gevolg waarvan maandelijks bedragen ingehouden zijn op de uitkering van belanghebbende. In een beschikking is kenbaar gemaakt dat belanghebbende € 42,70 heeft betaald, bestaande uit € 40,70 belasting en € 2 invorderingsrente. Belangheb-bende stelt dat de aanslagen voor 2014 en voor de jaren vanaf 2016 zijn kwijtgescholden na een rechtszaak en dat sprake is van strijd met de artikelen 8 en 14 EVRM en art. 1 EP.
De rechtbank stelt eerst vast dat alleen tegen de hoogte van de invorderingsrente bezwaar kan worden gemaakt. Uit art. 28 lid 1 Invorderingswet 1990 volgt dat invorderingsrente in rekening wordt gebracht als de belastingplichtige niet tijdig betaalt. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende niet betoogt dat deze bepaling in strijd is met artikel 1 EP, maar dat in zijn geval sprake is van een onevenredige last. Volgens de rechtbank is het echter niet aannemelijk dat zelfs het betalen van een bedrag van € 2 leidt tot een onevenredige individuele last of het vaststellen ervan een inbreuk is op zijn privéleven. Er is geen strijd met art. 8 en 14 EVRM.
DATUM:
11 juli 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2018:5127
ZAAKNUMMER:
AMS 17/3833
INSTANTIE:
Rechtbank Amsterdam
