Dwangbevel onterecht uitgevaardigd

Aan belanghebbende is een aanslag IB/PVV opgelegd. Belanghebbende heeft deze niet binnen de gestelde termijn betaald. Wegens het uitblijven van betaling is een dwangbevel betekend. Belanghebbende is van mening dat die kosten niet aan haar in rekening gebracht mogen worden, omdat de aanmaning tot betaling haar nooit heeft bereikt. Tussen partijen is niet in geschil dat de ontvanger de aanmaning heeft verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende betwist evenwel dat zij de aanmaning heeft ontvangen. Zij heeft aangevoerd dat zij regelmatig post voor buurtbewoners ontving.
De rechtbank is van oordeel dat redelijkerwijs moet worden betwijfeld dat de verzonden aanmaning door belanghebbende is ontvangen. Met zijn enkele stelling dat belanghebbende ondanks het feit dat zij op de hoogte was van de foutieve postbezorging geen contact heeft opgenomen met TNT Post, heeft de ontvanger niet aannemelijk gemaakt dat een en ander het gevolg is van aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden. Nu redelijkerwijs moet worden betwijfeld dat de schriftelijke aanmaning op het adres van belanghebbende is aangeboden, terwijl niet aannemelijk is dat dit het gevolg is van aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden, is geen sprake van een schriftelijke aanmaning in de zin van artikel 11 van de Invorderingswet 1990, zodat geen dwangbevel had mogen worden uitgevaardigd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.